afstand

‘Afstand houden’ is het mantra van overheden wereldwijd om de coronapandemie onder controle te krijgen. De maatregelen die ons anderhalf jaar tot social distancing dwingen, laten diepe sporen achter in onze samenleving. Het Rijksmuseum in Amsterdam gaf mij in 2020 de eervolle opdracht ‘Document Nederland’ om deze sporen te documenteren.

De foto’s in dit door Robin Uleman prachtig ontworpen boek tonen onder meer pakhuizen vol mondkapjes, verlaten kantoren, testlocaties van de GGD, een leeg Theater Tuschinski, het mortuarium in een ziekenhuis, demonstraties of oudhollandse ijspret. Ze geven een beeld van een geladen tijd. De zorgen en het ongeduld enerzijds en de gelaten somberte anderzijds zijn misschien niet direct zichtbaar, maar iedereen die het boek doorbladert zal zich die gemengde gevoelens herinneren. Op deze manier heb ik als fotograaf geprobeerd de gecreëerde afstand te overbruggen

Afstand vertelt hoe Nederland eruitzag tijdens corona. Hoe zorgpersoneel en wetenschappers achter de schermen hun werk deden, de openbare ruimte een ander aanzien kreeg en het menselijk contact werd bepaald door bescherming, isolement en verwijdering.

Het Japans gebonden softcover boek van 27×22 cm bevat 90 beelden, verdeeld over 160 pagina’s.

Tot 24 september geef ik 5 euro voorverkoopkorting op de verkoopprijs van 45 euro.

Het boek zal op 27 september verschijnen. Alle bestellingen zal ik daarna zo spoedig mogelijk verzenden.

Om dit boek financieel haalbaar te maken bied ik twee speciale editie aan met genummerde en gesigneerde printjes.

Vanaf 1 oktober en tot 15 januari 2022 is de tentoonstelling Afstand te zien in het Rijksmuseum Amsterdam.

 

 

Afstand – wat een rake titel voor een fotoboek over Nederland ten tijde van corona. Het woord slaat in eerste instantie natuurlijk op wat we het laatste anderhalf jaar allemaal hebben gevoeld ten opzichte van elkaar, van de mensen die doorgaans lichamelijk dichtbij komen, of het nu een geliefde is, de buurman of een vreemde in de supermarkt: letterlijke terughoudendheid. En fysieke verwijdering die soms een welkome verademing was, maar vaker onnatuurlijk kil aanvoelde. Die afstandelijkheid is in dit boek onmiddellijk zichtbaar. Daar zijn ze, natúúrlijk: de mondkapjes, de lege straten, de anderhalvemeterwaarschuwingsborden en de pijlen op de grond, die ons dringend vertelden hoe we ons moesten bewegen door het museum, in de winkel of het ziekenhuis.

Het gaat ook over afstand gemeten in tijd. Wie met de ogen van nu door dit boek bladert, zal met verwondering kijken naar de beelden van een jaar geleden. Hoe voortvarend Nederland in korte tijd een corona-industrie optuigde, met een heel eigen (beeld)taal. Tegen de achtergrond van de uitgeschreven persconferenties uit Den Haag (eindeloze lappen tekst met steeds weer diezelfde, nieuwe woorden, die als mantra’s over de toehoorders werden uitgeschud) verrijst een wereld die – visueel althans – gericht is op ultieme hygiëne en uiterste efficiëntie.

Elke ruimte, of het nu een kantoor is, een laboratorium, een intensive care-afdeling, een coronateststraat, een sportschool of een groentekas, lijkt ineens dezelfde ruimte te zijn. In de kebab-corner verschijnen net zulke plastic gordijnen als in een ziekenhuiskamer. De lege ruimte waar premier Rutte en minister De Jonge zojuist een van hun persconferenties hebben gehouden doet denken aan een lege kerk, waar de preek via een live stream tot de mensen komt. Een drivethrough testlocatie lijkt op een theater waar de gordijnen nog dicht zijn.

Laat het maar aan Henk Wildschut over om de wereld met een licht ironische gereserveerdheid te bekijken. Hij bekeek de boel letterlijk en figuurlijk van een afstand. Door zijn ogen zien we corona-Nederland als een verzameling typologische scènes, waarin iedereen een eigen rol speelt. De verwelkomers van Sinterklaas, de demonstranten van Black Lives Matter en die van actiegroep ‘Viruswaarheid’, de GGD-medewerkers die als in een generale repetitie eerst op elkaar oefenen met testen, voordat het publiek binnenstroomt – het zijn parallelle werelden die desondanks nagenoeg inwisselbaar blijken.

Geniale (en haast onverdraaglijke) dramaturgische toevoeging is de verhaallijn van de ontwikkeling van de coronavaccins. De fotograaf kreeg toegang tot het Biomedical Primate Research Centre in Rijswijk, waar resusapen werden geïnjecteerd met een proefvaccin tegen Covid-19. Wildschut en ontwerper Robin Uleman vlochten die beelden vernuftig door het boek heen; om de zoveel tijd word je ermee geconfronteerd. Zo vormen de beestjes een oorverdovend zwijgend Grieks koor, dat steeds opnieuw zachtjes op je schuldgevoel gaat staan. Je zou ze willen bedanken, maar ze zijn te ver weg.